Dagrooster vandaag
Voorlopig dagrooster morgen
Laatste fotoseries
Laatste wijziging op dinsdag 16 maart 2010 om 13:00:01 Uur.
Aantal bezoekers vandaag: 92 - Totaal: 19433.
Leerlingenstatuut
LEERLINGENSTATUUT
September 2008
LEERLINGEN - STATUUT
A. ALGEMEEN
Betekenis
Artikel 1
Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van leerlingen en heeft ten doel een positieve bijdrage televeren aan het welzijn van allen die bij de school betrokken zijn en in het bijzonder voor de leerlingenomstandigheden te scheppen die een harmonieuze ontwikkeling waarborgen.
Begrippen
Artikel 2
In dit statuut wordt bedoeld met:
leerlingen alle leerlingen, die op school staan ingeschreven;
ouders ouders, voogden en verzorgers van de leerlingen;
personeel alle medewerkers, die op arbeidsovereenkomst aan de school zijn verbonden;
schoolleiding de rector samen met de conrectoren
onderwijs personeel personeelsleden met een onderwijsgevende taak; daaronderpersoneel mede begrepen eventuele aanstaande docenten, die als stagiaires in de school lesgeven;
onderwijs-ondersteunend personeel personeelsleden van de school, niet zijnde leden van de ondersteunend schoolleiding, met een andere taak dan lesgeven;
personeel
schoolbestuur het bevoegd gezag, d.w.z. het bestuur van de Willibrord Stichting
leerlingenraad een uit en door de leerlingen gekozen vertegenwoordiging;
medezeggenschapsraad het vertegenwoordigend orgaan van de school, als bedoeld in artikel 4 van de Wet medezeggenschap onderwijs;
geleding de volgende groeperingen binnen de school: schoolleiding, personeel (w.o. stagiaires), leerlingen en ouders
vertrouwenspersoon persoon aangewezen om bij problemen gesprekspartner te zijn voor zowel leerlingen als
personeel
klassendocent docent, aangewezen om een groep leerlingen gedurende het schooljaar te binden;
mentor docent, aangewezen om een groep leerlingen gedurende het schooljaar te begeleidenin studie en vorderingen;
afdelingsleider docent, aangewezen om een bepaalde afdeling te coördineren
klachtencommissie een commissie ad hoc die klachten over onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut in behandeling kan nemen en hierover een uitspraak kan doen;inspecteur de inspecteur, die belast is met het toezicht op het voortgezet onderwijs.
Procedure
Artikel 3
Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld, resp. gewijzigd door het schoolbestuur.
De leerlingenraad geeft advies.
Het leerlingenstatuut kan tussentijds worden gewijzigd op voorstel van de medezeggenschapsraad
Geldigheidsduur
Artikel 4
Het leerlingenstatuut wordt voor de eerste keer voor een periode van 2 jaar en vervolgens voor een
periode van tenminste 4 jaar, al dan niet gewijzigd, vastgesteld.
Toepassing
Artikel 5
Het leerlingenstatuut is van toepassing op de leerlingen, de ouders, het personeel en het
schoolbestuur, onverminderd hetgeen geldt bij of krachtens de wet of de met het personeel gesloten
arbeidsovereenkomst.
Publikatie
Artikel 6
Het leerlingenstatuut wordt ieder jaar bij de aanvang van het schooljaar aan leerlingen die voor het
eerste de school bezoeken uitgereikt. Dit geschiedt onder verantwoordelijkheid van de directie.
B. HET ONDERWIJS
Het verzorgen van onderwijs
Artikel 7
1. De leerlingen hebben er recht op dat het personeel zich inspant om het onderwijs naar beste
vermogen te verzorgen.
2. Als een lid van het personeel naar het oordeel van een leerling het onderwijs niet goed verzorgt
en de leerling zich daarover wil beklagen dan kan dat door de leerling aan de orde worden
gesteld bij de betrokkene.
Wendt hij/zij zich niet tot de betrokkene of levert dit geen bevredigend resultaat op dan kan de
(con)rector worden ingeschakeld. Deze neemt vervolgens contact op met degene tegen wie
bezwaar is aangetekend om te proberen tot een aanvaardbare oplossing te komen.
Betreft de klacht een lid van de schoolleiding dan wordt de klacht gedeponeerd bij de secretaris
van het schoolbestuur.
3. De schoolleiding c.q. het schoolbestuur geven binnen redelijke termijn de leerling een reactie op
de klacht.
4. Indien de leerling of de docent zich niet met de reactie kan verenigen kan beroep worden
aangetekend bij de klachtencommissie als bedoeld in artikel 32.
Het volgen van onderwijs
Artikel 8
1. De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te maken.
2. Een leerling die een goede voortgang van de les verstoort of verhindert kan door de docent
verplicht worden de les te verlaten en zich te melden bij de conrector leerlingzaken of de
afdelingsleider en bij diens afwezigheid bij de rector.
Onderwijstoetsing
Artikel 9
1. Toetsing van de leerstof kan op twee verschillende wijzen geschieden:
a. door oefentoetsen;
een oefentoets is uitsluitend bedoeld om de leerling en de docent inzicht te geven in
hoeverre de leerling de lesstof begrepen en geleerd heeft. De oefentoets kan ook
onverwacht worden gehouden. Van oefentoetsen hoeft het cijfer niet altijd meegeteld te
worden voor het rapport.
b. door beoordelingstoetsen;
daartoe behoren:
- overhoringen, schriftelijk dan wel mondeling
- proefwerken/repetities/voortgangstoetsen
- werkstukken/spreekbeurten/practica/praktische opdrachten
- tekstverklaringen
- activiteiten
2. Een overhoring van huiswerk betreft de lesstof van een les of enkele lessen en kan zonder
vooraankondiging gehouden worden.
3. Van een cijfer dat het resultaat is van een af te nemen beoordelingstoets wordt van tevoren
meegedeeld hoe zwaar het telt bij de vaststelling van het rapportcijfer.
Het cijfer voor een proefwerk/repetitie weegt zwaarder dan dat voor een overhoring.
4. Een proefwerk/repetitie wordt tenminste een week van tevoren opgegeven. De hoeveelheid
leerstof wordt bij het opgeven van het proefwerk eveneens vastgesteld.
5. Een leerling van klas 1, 2 en 3 hoeft (buiten testperiodes om) niet meer dan twee
proefwerken/repetities per dag te maken, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen die
door de schoolleiding gemotiveerd worden aangegeven. Inhaalrepetities vallen buiten deze
regeling. In de bovenbouw worden in principe maximaal twee proefwerken per dag geven.
Wanneer een leerling door ziekte een proefwerk of test heeft gemist spreekt de leerling de
eerstvolgende les wanneer hij weer aanwezig is een nieuwe datum af met zijn docent.
6. Een docent beoordeelt een afgenomen beoordelingstoets binnen twee weken nadat deze is
afgenomen, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen, dit ter beoordeling van de
schoolleiding. Dit artikel is niet van toepassing op de beoordeling van een werkstuk, praktische
opdracht, profielwerkstuk of sectorwerkstuk, of SE-toetsen. Raadpleeg hiervoor het
examenreglement en/of het PTA-boekje.
7. Een leerling heeft het recht op inzage in zijn beoordelingstoets, nadat deze is gecorrigeerd.
Indien een leerling het niet eens is met de beoordeling van een toets tekent hij eerst bezwaar
aan bij de docent. Blijkt dit niet mogelijk of levert dit geen bevredigend resultaat op dan kunnen
achtereenvolgens de afdelingsleider en de (con)rector worden ingeschakeld. Dezen zullen elk
binnen redelijke termijn reageren.
De schoolleiding beslist uiteindelijk, al dan niet na ingewonnen advies van een deskundige.
8. Van een praktische opdracht, werkstuk, spreekbeurt, leesboekopdracht, profielwerkstuk,
sectorwerkstuk of practicum dient van tevoren schriftelijk bekend te zijn aan welke normen dit
moet voldoen, wanneer het gereed moet zijn en welke sancties er staan op het niet of te laat
verzorgen resp. inleveren ervan.
9. De leerling die met een voor de docent of schoolleiding aanvaardbare reden niet heeft
deelgenomen aan een beoordelingstoets heeft het recht alsnog getoetst te worden. De leerling
neemt het initiatief tot het vaststelling van een nieuwe datum, dit geschiedt in de eerstvolgende
les. Als de leerling dit vergeet, herinnert de docent de leerling er één keer aan alsnog een datum
af te spreken. Wanneer de leerling vervolgens geen afspraak maakt of de gemaakte afspraak
niet nakomt, vervalt het automatisch recht op inhalen en wordt de toets beoordeeld met het cijfer
1 (één). De docent stelt hiervan de afdelingsleider onmiddellijk op de hoogte.
10.De sanctie op elke vorm van fraude moet van tevoren duidelijk zijn. De schoolleiding bepaalt,
welke sancties er staan op onrechtmatige afwezigheid en fraude. In het algemeen zal spieken of
fraude bij een proefwerk/repetitie gehonoreerd worden met een eindbeoordelingscijfer één.
Gedrag kan nimmer in een beoordelingscijfer verdisconteerd worden.
Rapporten en cijferoverzichten
Artikel 10
1. In de onderbouw wordt aan de leerlingen een tweewekelijks cijferoverzicht verstrekt. Uit de
hierop vermelde resultaten wordt het rapportcijfer samengesteld.
2. Een rapport geeft de leerling en zijn ouders een overzicht van zijn prestaties en werkhouding
voor alle vakken over een bepaalde periode. Het rapport is gericht aan de ouders.
3. De berekeningswijze van de rapportcijfers wordt voor elk vak aan het begin van het schooljaar
voor alle rapporten van dat jaar aan de klas d.m.v een publicatie op de website bekend gemaakt.
De berekeningswijze voor de bovenbouw staat in het PTA.
4. Een rapportcijfer mag niet op grond van slechts één proefwerk, werkstuk of spreekbeurt worden
vastgesteld dan na overleg met de schoolleiding.
5. Het rapportcijfer wordt samengesteld uit het gemiddelde van de resultaten behaald bij de
proefwerken, waarbij niet alle behaalde cijfers even zwaar hoeven te wegen.
Bij de afronding kan de docent zelf bepalen of hij/zij naar boven of naar beneden afrondt.
Het gemiddelde cijfer wordt tot het eerstvolgende hogere of lagere gehele cijfer afgerond.
Voorbeeld: gemiddeld cijfer 6,2 leidt tot rapportcijfer 6 of 7. Gemiddeld cijfer 6,0 wordt tot
rapportcijfer 5 of 7 verlaagd of verhoogd. Deze afronding, verhoging of verlaging is de
waardering voor het gemaakte werk tijdens de periode en de intensiteit waarmee de lessen
worden gevolgd. (M.a.w.: het rapportcijfer wijkt hoogstens één punt af van het gemiddelde, en is
een geheel getal) (zie SWP 2202)
6. Indien de leerling, de ouders of de docent(en) dit wenst/wensen wordt het rapport besproken op
een ouderavond.
Docenten staat het vrij het rapportcijfer van rapport één en rapport twee en drie aan de leerlingen
bekend te maken alvorens het in te leveren bij de schoolleiding.
Bij het laatste rapportcijfer (eindcijfer) is dit niet mogelijk.
Overgaan/zitten blijven
Artikel 11
1. De normen waaraan een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een hoger leerjaar
worden aan de ouders en leerlingen bekend gemaakt op het tijdstip van het uitreiken van het
tweede rapport.
2. De school kent geen herexamen en/of taken bij overgang.
3. Voorwaardelijke toelating tot een hoger leerjaar is niet mogelijk.
4. De beslissingsbevoegdheid voor de bevordering van een leerling ligt bij de directie van de
school, de docentenvergadering gehoord hebbende. (Docentenvergadering: de docenten van de
betreffende leerling in vergadering bijeen)
Verwijdering op grond van leerprestaties
Artikel 12
1. Het is niet toegestaan een leerling in de loop van het schooljaar op grond van onvoldoende
leerprestaties van school of naar een andere afdeling te sturen, ook niet na één keer zittenblijven
van de leerling. De schoolleiding kan aan een leerling wel een advies geven zich voor een
andere school of andere afdeling in te schrijven. Leerlingen worden niet op basis van prestaties
in de loop van het schooljaar in een andere afdeling of op een andere school geplaatst. Ze
kunnen wel verwijderd worden voor wangedrag
2. Wanneer een leerling twee keer in eenzelfde leerjaar, resp. in twee opeenvolgende leerjaren blijft
zitten, verlaat hij/zij de school of afdeling definitief.
3. De leerling of bij minderjarigheid diens ouders kan/kunnen binnen dertig dagen na dagtekening
van de in artikel 12.2 bedoelde mededeling aan het schoolbestuur schriftelijk om herziening van
het besluit vragen.
4. Het schoolbestuur neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst
van het verzoek, een beslissing op het verzoek om herziening. Het schoolbestuur kan zich over
dit verzoek pas uitspreken nadat de leerling en indien deze minderjarig is ook zijn ouders zijn
gehoord en deze inzage hebben gehad in alle desbetreffende informatie, die tot het advies heeft
geleid.
Huiswerk
Artikel 13
1. Leerlingen mogen slechts in redelijke mate belast worden met huiswerk. Hiertoe dient een
huiswerkbeleid te worden nagestreefd, waarbij ook rekening wordt gehouden met het maken van
werkstukken en het opstellen van een literatuurlijst.
2. De leerling die om enige reden het huiswerk niet heeft gemaakt, meldt dit bij de aanvang van de
les bij de docent. Indien de docent de reden waarom de leerling het huiswerk niet heeft kunnen
maken niet aanvaardbaar acht, kan de docent een redelijke straf opleggen. Indien de leerling het
hiermee niet eens is kan hij in beroep gaan bij de schoolleiding.
C. REGELS OVER DE SCHOOL ALS ORGANISATIE EN GEBOUW
Toelating
Artikel 14
1. Het schoolbestuur stelt op voorstel van de schoolleiding de criteria vast op grond waarvan een
aspirant-leerling tot de school kan worden toegelaten.
De schoolleiding draagt zorg voor voldoende informatie hierover aan de aspirant-leerling en zijn
ouders.
2. Indien een aspirant-leerling op grond van de criteria bedoeld in artikel 14.1. niet wordt toegelaten,
deelt het schoolbestuur dit besluit onder opgave van redenen schriftelijk aan de betreffende
aspirant-leerling en aan diens ouders mee. Daarbij dient het schoolbestuur te wijzen op de
inhoud van artikel 14.3 en 14.4.
3. Binnen dertig dagen na dagtekening van de in artikel 14.2 bedoelde mededeling kan door de
aspirant-leerling en zijn ouders aan het schoolbestuur schriftelijk om herziening van het besluit
worden verzocht.
4. Het schoolbestuur neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst
van het verzoek om herziening een beslissing, al dan niet na het horen van deskundigen. Het
schoolbestuur kan zich over het herzieningsverzoek eerst uitspreken nadat de aspirant-leerling
en - indien deze minderjarig is - ook zijn ouders zijn gehoord en deze inzage hebben gehad in
alle terzake uitgebrachte adviezen en rapporten.
Vrijheid van meningsuiting
Artikel 15
1. Iedere leerling heeft de vrijheid zijn mening op school te uiten binnen de grenzen die de identiteit
en de doelstelling van de school daaraan stellen.
Leerlingen dienen elkaars mening en die van anderen te respecteren.
Uitingen die discriminerend of beledigend zijn worden niet toegestaan. Degene die zich
bezondigt aan discriminerende of beledigende uitspraken kan daarop worden aangesproken.
Eventueel worden er door directie of bestuur sancties opgelegd.
2. Iedere leerling die zich door een ander beledigd of gediscrimineerd voelt kan handelen volgens
de in artikel 7 lid 2 beschreven procedure.
3 Het op school raadplegen, inzien, downloaden van zedenkwetsende of discriminerende
afbeeldingen en/of teksten via internet of d.m.v. andere bronnen is niet toegestaan, en kan tot
disciplinaire straffen leiden. Het protocol PC-gebruik Willibrord Stichting bevat regels en
afspraken omtrent computergebruik. Dit protocol wordt jaarlijks aan elke leerling verstrekt
(NobelNieuwsNul).
Vrijheid van uiterlijk
Artikel 16
1. De schoolleiding heeft de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen terzake van uiterlijk
en kleding van de leerlingen. Voorbeelden van uitwerkingen van dit artikel staan vermeld in o.a.
SWP model 095 aandachtspunten leerlingen dat ieder jaar aan alle leerlingen wordt verstrekt.
De voorschriften hebben betrekking op veiligheidseisen (practica, lichamelijke oefening) en/of
op schoolregels en identiteit. (zie ook de bijlage bij dit leerlingenstatuut)
2. De school kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen wanneer deze kleding aan bepaalde
gebruiks- of veiligheidseisen moet voldoen.
Schoolkrant
Artikel 17
1. De schoolleiding stelt leerlingen in staat een redactie van een schoolkrant mee te formeren,
waarbij onder meer de mate van verantwoordelijkheid van de redactie voor de inhoud van de
schoolkrant en de faciliteiten daarvoor worden geregeld. In de redactie van de schoolkrant zitten
één docent en één lid van de directie.
2. De schoolleiding kan de publicatie van een nummer van de schoolkrant of een deel daarvan
verbieden indien dit in strijd is met de grondslag of doelstelling van de school, een
discriminerende of beledigende inhoud bevat dan wel iemands privacy schaadt.
Aanplakborden
Artikel 18
Er zijn vitrines waarin de leerlingenraad, de schoolkrantredactie en eventueel leerlingencommissies,
mededelingen en affiches van niet-commerciële aard kunnen ophangen, tenzij de inhoud daarvan
redelijkerwijs in strijd geacht kan worden met de grondslag of doelstelling van de school, er sprake is
van uitlatingen van discriminerende of beledigende aard of schending van iemands privacy.
Bijeenkomsten
Artikel 19
1. De leerlingen hebben het recht buiten de lestijden te vergaderen over zaken aangaande de
school en daarbij gebruik te maken van de faciliteiten van de school, binnen de normale
openingstijden.
2. De schoolleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlingen te verbieden, indien deze een
onwettig karakter heeft en/of het schoolbelang schaadt of indien deze het volgen van de lessen
door de leerlingen verhindert.
3. Niet-leden van onze scholengemeenschap worden alleen toegelaten op een bijeenkomst van
leerlingen als de schoolleiding dat toestaat. (Te denken valt aan: gebedsdiensten, feesten,
vergaderingen, al dan niet tijdens reguliere schooltijden georganiseerd)
De schoolleiding kan in het belang van de school de voorwaarde stellen, dat een lid van het
personeel aanwezig is.
4. De schoolleiding is verplicht voor een bijeenkomst van leerlingen een ruimte ter beschikking te
stellen, een en ander binnen de feitelijke, redelijke mogelijkheden van de school.
5. De leerlingen zijn verplicht een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter te
laten.
6. De gebruikers zijn verantwoordelijk en gezamenlijk en/of hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele
schade.
Leerlingenraad
Artikel 20
De leerlingenraad is bevoegd desgevraagd of uit eigener beweging advies uit te brengen met name
over die aangelegenheden die de leerlingen in het bijzonder aangaan.
Faciliteiten leerlingenraad
Artikel 21
1. De leerlingenraad vergadert in een ruimte die ter beschikking gesteld wordt.
2. De leerlingenraad heeft de rector als adviseur.
3. Voor activiteiten van de leerlingenraad kan de schoolleiding drukfaciliteiten, apparatuur en
andere materialen in redelijke mate ter beschikking stellen.
4. Activiteiten van de leerlingenraad kunnen alleen na toestemming van de schoolleiding ook
tijdens de lesuren plaatsvinden.
Leerlingenadministratie en privacy-bescherming
Artikel 22
1. De leerling is gerechtigd aan een of meer personeelsleden vertrouwelijke gegevens te
verstrekken. Het betreffende personeelslid is gerechtigd bedoelde gegevens metterdaad
vertrouwelijk te houden. Ook tegenover overige leden van het personeel, het schoolbestuur en
de ouders.
2. Het personeel is gerechtigd ook contact te onderhouden met de ouder die daartoe door de
leerling wordt aangewezen. Een en ander tenzij de betreffende ouder krachtens gerechtelijke
beslissing van dat contact is uitgesloten.
3. Indien er sprake is van gescheiden ouders wordt informatie gegeven aan de ouder die het
ouderlijk gezag draagt. Indien het belang van de leerling zich daar niet tegen verzet, kan ook de
andere ouder schriftelijk het verzoek doen om van bepaalde zaken op de hoogte te worden
gehouden. Voor volledige informatie: zie 01-1936 e.v.
4. Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leerlingenadministratie en de daarbij
in acht te nemen privacy geldt hetgeen is bepaald in het door het schoolbestuur vastgestelde
privacyreglement.
Orde
Artikel 23 t/m 34 : verwijzing naar document School en Veiligheid_Handelingsprotocol swp 3661
Artikel 23
1. Het schoolbestuur stelt, met inachtneming van het in het medezegenschapsreglement gestelde,
op voorstel van de schoolleiding een leerlingreglement (SWP 1940) vast, dat aan nieuwe
leerlingen wordt uitgereikt. Het leerlingreglement is een uitwerking in gedragsregels van dit
leerlingstatuut.
2. Leidraad bij het opstellen van een leerlingreglement zijn redelijkheid, gelijkheid en rechtszekerheid.
3. Iedereen is verplicht de orderegels als beschreven in het leerlingreglement na te leven.
Schade
Artikel 24
1. Ten aanzien van de aansprakelijkheid bij door of aan leerlingen toegebrachte schade gelden de
hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
2. De ouders van een minderjarige leerling die schade heeft veroorzaakt worden hiervan door of
vanwege de school in kennis gesteld en aangesproken. De meerderjarige leerling wordt
persoonlijk aangesproken.
3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw, eigendommen van
de school of eigendommen van derden, kunnen door de schoolleiding strafmaatregelen worden
getroffen.
Alcohol, verdovende middelen en wapenbezit
Artikel 25
Het is verboden alcoholica of geestverruimende/hallucinerende middelen bij zich te hebben. Ook het
onder beheer hebben van voorwerpen waarvan een intimiderende of bedreigende werking kan
uitgaan is niet toegestaan. Hier worden ondermeer alle voorwerpen bedoeld die vallen onder de Wet
Wapens en Munitie en de Regeling Wapens en Munitie. Indien een leerling een dergelijk voorwerp
naar school meeneemt is ontdekking een constatering op heterdaad en zal aangifte worden gedaan.
Ieder personeelslid van de school is gerechtigd dergelijke artikelen in beslag te nemen en over te
dragen aan de schoolleiding. De schoolleiding legt vervolgens een straf op, welke kan variëren van
een berisping tot een schorsing. Zie de artikelen 28 t/m 31 van dit reglement.
Ook verboden is het door middel van vormen van communicatietechnologie, zoals GSM of internet,
binnenhalen en/of verspreiden van opruiende teksten, pornografisch materiaal of andere beeld-,
tekst- of geluidsfragmenten die zedenkwetsend of strafbaar zijn of zich niet goed verhouden met de
identiteit in brede zin van de school.
Ongewenste intimiteiten
Artikel 26
1. Het schoolbestuur treft maatregelen om ongewenste intimiteiten binnen de school te voorkomen
en er zo nodig passend op te kunnen reageren.
2. Indien een leerling zich gekwetst voelt door een ongewenste intimiteit van de kant van medeleerlingen
of personeel, kan hij zich wenden tot de vertrouwenspersoon die hiertoe door het
schoolbestuur is aangewezen dan wel tot het schoolbestuur zelf.
3. De procedure voor het indienen van een klacht is vastgelegd in de klachtenregeling die aan
nieuwe leerlingen wordt uitgereikt. Een exemplaar van de klachtenregeling SWP 1680 wordt aan
iedere nieuwe leerling één keer verstrekt. Een exemplaar van het klachtenregeling ligt ter inzage
in de mediatheek.
Aanwezigheid
Artikel 27
1. Leerlingen zijn verplicht het onderwijs volgens het voor hen geldende rooster te volgen, tenzij er
voor een bepaald vak een andere regeling is getroffen.
2. Leerlingen kunnen bij de schoolleiding voorstellen betreffende het rooster kenbaar maken.
3. Indien door ziekte of andere oorzaken de lessen gedurende een bepaalde periode niet gevolgd
kunnen worden, geldt de procedure dat de wettelijke vertegenwoordiger de schoolleiding
schriftelijk of mondeling in kennis stelt. Bij ziekte dient dit te gebeuren bij het begin van de
absentie. Als de leerling terug naar school komt, dient hij/zij een brief bij zich te hebben van de
ouder/verzorger waarin de periode van absentie is aangegeven. Dit schrijven moet de dag van
terugkomst aan de afdelingsleider worden overhandigd.
4. De schoolleiding stelt een regeling vast ten aanzien van de aanwezigheid van leerlingen tijdens
pauzes, lesuitval en roostervrije uren. (SWP 1940 leerlingenreglement )
5. De regeling wordt door de schoolleiding zo nodig aan de leerlingen bekend gemaakt.
Strafbevoegdheden
Artikel 28
1. Leerlingen volgen de aanwijzingen van de leden van het personeel. Indien zij dit niet doen kan
het betrokken personeelslid een redelijke straf opleggen.
2. Meent de leerling ten onrechte of onredelijk zwaar te zijn gestraft dan kan hij zich wenden tot de
afdelingsleider die in overleg met de strafoplegger uiteindelijk beslist.
Straffen
Artikel 29
1. Bij het opleggen van een straf dient er een redelijk verhouding te bestaan tussen de soort straf,
de strafmaat en de ernst en aard van de overtreding.
2. Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven.
3. Bij de praktische uitvoering van een straf wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de
leerling.
4. De volgende straffen, opklimmend in zwaarte, kunnen aan leerlingen worden opgelegd:
- een berisping;
- het maken van extra werk;
- het maken van strafwerk;
- nablijven;
- gemiste lessen inhalen;
- opruimen van gemaakte rommel;
- corvee-werkzaamheden uitvoeren;
- het ontzeggen van de toegang tot één of meer lessen;
- interne of externe schorsing;
- definitieve verwijdering.
Schorsing
Artikel 30
1. Het schoolbestuur kan een leerling met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste
één week schorsen.
2. Het besluit tot schorsing dient schriftelijk aan de leerling en aan zijn ouders te worden
medegedeeld.
3. Het schoolbestuur stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag
schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.
4. Het schoolbestuur handelt vervolgens overeenkomstig de wettelijke voorschriften.
Definitieve verwijdering
Artikel 31
1. Het schoolbestuur kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling, nadat deze en,
indien deze minderjarig is, ook zijn ouders, in de gelegenheid is/zijn gesteld hierover te worden
gehoord. Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een
schooljaar verwijderd.
2. Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met het
schoolbestuur. Hangende dit overleg kan de desbetreffende leerling worden geschorst.
3. Het schoolbestuur stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave
van redenen in kennis.
4. Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schriftelijk en met opgave van
redenen aan de betrokkene en, indien deze minderjarig is, ook aan de ouders van de betrokkene
medegedeeld.
5. Binnen dertig dagen na dagtekening van bedoelde mededeling kan door de leerling en, indien
deze minderjarig is, ook door zijn ouders, aan de schoolleiding schriftelijk om herziening van het
besluit worden verzocht.
6. Het schoolbestuur neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst
van het verzoek, na overleg met de inspectie en desgewenst andere deskundigen een beslissing
op het verzoek om herziening, doch niet eerder dan nadat de leerling en, indien deze minderjarig
is, ook zijn ouders in de gelegenheid is/zijn gesteld te worden gehoord en kennis heeft/hebben
kunnen nemen van de op het besluit betrekking hebbende adviezen of rapporten.
7. Het schoolbestuur kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het verzoek
om herziening van een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen.
8. Indien het een leerplichtige leerling betreft kan definitieve verwijdering niet geschieden dan nadat
de leerling de toezegging heeft gekregen dat hij elders wordt toegelaten of nadat hij van de
leerplicht is vrijgesteld.
D. HANDHAVING VAN HET LEERLINGSTATUUT
Klachtenprocedure
Artikel 32
1. Bij vermeend onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut kan degene die het
betreft bezwaar aantekenen bij degene die zodanig heeft gehandeld met het verzoek de
handelwijze in overeenstemming te brengen met het leerlingenstatuut.
2. Wendt/wenden hij/zij zich niet tot de betrokkene of levert dit geen bevredigend resultaat op dan
kunnen achtereenvolgens de conrector of de rector worden ingeschakeld. Deze neemt
vervolgens contact op met degene tegen wie bezwaar is aangetekend om te proberen tot een
aanvaardbare oplossing te komen.
Betreft de klacht een lid van de schoolleiding dan wordt de klacht gedeponeerd bij het
secretariaat van het schoolbestuur.
De (con)rector of het schoolbestuur moeten elk binnen redelijke termijn uitspraak doen.
3. Degene die een klacht heeft ingediend en degene tegen wie een klacht is ingediend, kunnen zich
bij de behandeling van een klacht laten bijstaan door een ander.
4. Wordt geen van de reacties als bedoeld artikel 32.2 afdoende bevonden dan kan betrokkene
zich met zijn klacht in laatste instantie tot de klachtencommissie wenden.
Beroep bij de klachtencommissie
Artikel 33
De klachtenregeling staat beschreven in: Klachtenregeling Willibrord-oktober 2007, SWP 1680
Slotbepaling
Artikel 34
In gevallen waarin dit statuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen
betreft, beslist het schoolbestuur overeenkomstig het terzake in het medezeggenschapsreglement
bepaalde.
1 Toelichting op de klachtenprocedure:
De klachtenprocedure laat zich vereenvoudigd samenvatten tot het volgende klachtenprotocol:
1. Als een leerling een klacht heeft over de wijze waarop iemand van het personeel met hem is
omgegaan, moeten de volgende stappen worden ondernomen:
2. De leerling kaart de klacht aan bij de betreffende afdelingsleider
3. Als de klacht dan nog niet naar tevredenheid is afgehandeld kan de klager zijn klacht schriftelijk
voorleggen aan een lid van de directie of aan de vertrouwenspersoon
4. De vertrouwenspersoon adviseert de klager hoe verder te handelen en kan de klager bijstaan in
het verdere verloop. De vertrouwenspersoon houdt bij welke stappen hij/zij heeft ondernomen.
5. De vertrouwenspersoon kan in voorkomende gevallen proberen te bemiddelen. Dit geldt niet als
het een strafbaar feit of een geval van seksuele intimidatie betreft.
6. Als ook na overleg met de directie geen bevredigende oplossing gevonden is, kan de klager zijn
klacht deponeren bij de klachtencommissie van de school. Voor verdere afhandeling door de
klachtencommissie zie de klachtenregeling SWP 1680.
7.
De klachtenregeling (swp 95-1680) sluit een aantal klachten van behandeling uit. Het gaat dan
met name om klachten die volgens wet- en regelgeving een eigen rechtsgang kennen:
* onregelmatigheden bij eindexamens
Deze klachten kunnen worden voorgelegd aan de Commissie van Beroep Onregelmatigheden
Eindexamens. De procedure en het adres van de Commissie van Beroep staan vermeld in het
examenreglement dat aan het begin van het schooljaar aan de examenleerlingen wordt
uitgereikt.
* rechtspositionele sancties jegens medewerkers
Voor deze beslissingen gelden de bepalingen in de vigerende CAO-VO.
* medezeggenschapsconflicten
Deze zijn op grond van de Wet Medezeggenschap Onderwijs voorbehouden aan de
Geschillencommissie WMS.
Bijlage -1 bij het leerlingenstatuut SWP 1910
Zowel in het leerlingenstatuut als in de schoolgids deel 1 (SWP 2711) staat informatie omtrent de
identiteit en de missie van de school.
Deze bijlage bij het leerlingenstatuut bedoelt een document te zijn waarin op heldere, eenduidige
wijze nadere uitleg wordt gegeven over deze identiteit en missie van de school. Het bevat
tevens een aantal verder uitgewerkte afspraken en gedragsregels. Aspirant-leerlingen, en
namens hen hun ouders/verzorgers, wordt bij ondertekening van het schoolleercontract
(model 3351 e) gevraagd de identiteit, de missie en de hieronder beschreven regels te
onderschrijven. Het schoolleercontract en de ondertekening daarvan maakt een onlosmakelijk
deel uit van de aannameprocedure van nieuwe leerlingen.
A. Identiteit en missie van de school.
Het St-Gregorius College is een rooms-katholieke school. Het St-Gregorius College wil degelijk
onderwijs bieden in een innovatief klimaat met hart voor de leerling. Vanuit de christelijke
traditie willen wij onze leerlingen normen en waarden meegeven die hun in het latere
maatschappelijke leven een houvast bieden.
B. Uitwerking in regels en afspraken
Onderwijs:
1) De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te
maken (leerlingenstatuut, art. 8). Leerlingen dienen de lessen te volgen die bij het curriculum
dat zij volgen worden gegeven. Daartoe behoren ook de gymnastieklessen, godsdienstlessen,
vieringen en activiteiten waarmee de school haar identiteit en/of missie uitdraagt, en overige
lesvervangende activiteiten die tijdens reguliere lestijden worden aangeboden. Dit houdt
tevens in dat de leerling verplicht is deel te nemen aan door de school georganiseerde
kampen en excursies (te denken valt aan Gregoriusdag).
2) Dit geldt in beginsel ook voor meerdaagse excursies of excursies (ook naar het buitenland)
waarvan een algemene beschrijving is opgenomen in de boekenregeling zoals die uiterlijk 1
juli voorafgaand aan een nieuw schooljaar is gepubliceerd. Het betreft het brugklaskamp, de
buitenlandse excursies die leerlingen van de afdeling havo-4 en vwo-5 maken, en de
werkweek voor vmbo-3. Mochten ouders/verzorgers of de leerling hiertegen zwaarwegende
bezwaren maken, dan dient dit vóór 1 oktober van het betreffende schooljaar schriftelijk aan
de rector van de school kenbaar te zijn gemaakt. Een commissie, bestaande uit de rector, de
conrector leerlingzaken en de betreffende afdelingsleider waar de leerling onder ressorteert,
neemt een besluit over de deelname en eventuele vervangende activiteiten en brengt de
ouders/verzorgers daarvan schriftelijk op de hoogte.
Gedrag en kleding:
3) Binnen de grenzen die bepaald zijn door de identiteit en de doelstelling van de school heeft de
leerling de vrijheid zijn mening op school te uiten. Uitingen die discriminerend of beledigend
zijn worden niet toegestaan. Een leerling wordt op discriminerende of beledigende uitspraken
aangesproken.
4) Het op school raadplegen, inzien, downloaden of verspreiden van zedenkwetsende of
discriminerende afbeeldingen of teksten via internet of d.m.v. andere bronnen is niet
toegestaan, en leidt tot disciplinaire straffen.
5) Kleding, kledingsstukken en accessoires die gedragen worden, en die geassocieerd kunnen
worden met een niet-katholieke of niet-christelijke levensovertuiging, of strijdig zijn met de
goede zeden, zijn niet toegestaan. Ook uit het oogpunt van fatsoenlijke omgangsvormen is
het dragen van vormen van hoofddeksels binnen de schoolgebouwen verboden. Dit betekent
ondermeer dat het dragen van een cap, pet, hoofddoekje, burqa, chador, djellaba, niqaab niet
toegestaan is.
6) Het bestuur en de schoolleiding zijn gerechtigd in voorkomende gevallen maatregelen te
nemen.
Bijlage -2 bij het leerlingenstatuut SWP 1910
Zowel in het leerlingenstatuut als in de schoolgids deel 1 (SWP 2711) staat informatie omtrent het
gebruik of in bezit hebben van alcohol en/of verdovende middelen en wapenbezit.
Deze bijlage bij het leerlingenstatuut (het Reglement genotmiddelen swp 3624) bedoelt een
document te zijn waarin op heldere, eenduidige wijze nadere uitleg wordt gegeven over deze
informatie en over artikel 25 van dit leerlingenstatuut.
REGLEMENT GENOTMIDDELEN ( SWP 3624 )
ROKEN
1. In school wordt niet gerookt. Roken is alleen toegestaan buiten de gebouwen en terreinen van
de school
2. Tijdens vergaderingen, werkbijeenkomsten en andere overlegsituaties wordt niet gerookt.
Verder geldt het volgende: de aanwezigen bepalen vooraf of er gedurende de bijeenkomst een
rookpauze zal worden gehouden.
3. Voor iedereen geldt onder alle omstandigheden de regel, dat hij of zij ophoudt met roken zodra
anderen daarvan hinder ondervinden.
4. Tijdens personeelsfeesten die een gezelligheidskarakter dragen, schoolfeesten en andere
(leerling-)activiteiten voor de derde of hogere klassen die buiten de lesuren worden gehouden
geldt de volgende regel: er mag, op een daarvoor aangewezen plaats en gedurende een
daartoe aangewezen periode alleen worden gerookt als dat van tevoren is afgesproken. Daarbij
is punt 3 van toepassing.
5. In gevallen die niet in de voorgaande regels worden genoemd, beslist de directie.
Wanneer iemand de regels over roken overtreedt, wordt hij hierop aangesproken. Bij herhaling
volgt een gesprek en kan de leerling bestraft worden. Verdere bepalingen m.b.t. het opleggen van
een straf staan nader beschreven in het leerlingenstatuut (swp 1910, artikel 29 t/m 31 en swp
1995)
ALCOHOL
1. Op school is het tijdens lesdagen en op tijden waarop werk ten behoeve van het onderwijs
wordt verricht, niet toegestaan onder invloed van alcohol te zijn.
2. Wanneer iemand onder invloed van alcohol verkeert, kan hij niet goed werken of leren. Volgens
de wet is het verboden om alcohol te verkopen aan personen onder de 16 jaar. Op
klassenavonden, feesten, werkweken en andere bijeenkomsten van de eerste drie leerjaren
worden daarom geen alcoholhoudende dranken geschonken.
3. Op klassenavonden, feesten, werkweken en andere bijeenkomsten van leerjaar vier en hoger
kunnen op verzoek van leerlingen, ouders en docenten in beperkte mate zwak
alcoholhoudende dranken worden geschonken. Wanneer alcohol wordt geschonken, maken de
organisatoren afspraken over toezicht en vervoer naar huis.
4. Als het personeel constateert dat een leerling regels overtreedt of als een leerling wangedrag
vertoont of teveel heeft gedronken leidt dat tot verwijdering van het feest, klassenavond,
werkweek, bijeenkomst. De ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. Mocht een leerling
niet zelf meer thuis kunnen komen dan zal, indien de ouder de leerling niet kan komen ophalen,
op kosten van de ouders een taxi worden besteld. Ook het veroorzaken van schade valt onder
de eigen verantwoordelijkheid van de leerling, respectievelijk de ouders.
5. Het is verboden om op school, klassenavonden, feesten, werkweken en andere onder de
verantwoordelijkheid van de school georganiseerde bijeenkomst alcoholhoudende drank bij
zich te dragen.
6. Tijdens personeelsbijeenkomsten die een gezelligheidskarakter dragen, kan alcohol worden
geschonken. Hierbij zal matigheid worden betracht.
7. In alle gevallen buiten de hierboven genoemde (jubilea, afscheidsbijeenkomsten, diplomauitreikingen,
congressen en dergelijke) beslist de schoolleiding na overleg met de organisatoren over het schenken van alcohol. De organisatoren zorgen altijd voor een
aantrekkelijk aanbod van alcoholvrije dranken.
Wanneer iemand de alcoholregels overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst van de
overtreding en bij herhaling volgt een schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een
buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van de activiteit of van de
eerstvolgende activiteit. Verdere bepalingen m.b.t. het opleggen van een straf staan nader
beschreven in het leerlingenstatuut (swp 1910, artikel 29 t/m 31 en swp 1995)
CANNABIS
Met cannabis wordt bedoeld: marihuana, weed, hasj en alle andere producten waarin cannabis
verwerkt is.
1. Het is volgens de wet verboden hasj of marihuana in bezit te hebben, te verhandelen of te
gebruiken. Op school is het bezit van cannabisproducten verboden.
2. Op school is men niet onder invloed van cannabis. Wanneer iemand cannabis heeft gebruikt,
kan hij niet goed leren of werken.
3. Op klassenavonden, feesten, werkweken, schoolreizen en andere feestelijke bijeenkomsten
verkeert men niet onder invloed van cannabis.
Wanneer iemand de regels over cannabis overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst
van de overtreding en bij herhaling volgt een schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een
buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van die activiteit of van de
eerstvolgende activiteit. Wanneer er sprake is van handel (dealen) in cannabisproducten, schakelt
de schoolleiding de politie in. Verdere bepalingen m.b.t. het opleggen van een straf staan nader
beschreven in het leerlingenstatuut (swp 1910, artikel 29 t/m 31 en swp 1995)
OVERIGE DRUGS
1. Het in bezit hebben, verhandelen of gebruiken van hier niet met name genoemde wettelijk
verboden stoffen, is op school niet toegestaan.
2. Op school is men niet onder invloed van drugs. Wanneer iemand drugs heeft gebruikt, kan hij
niet goed leren of werken. Bovendien schaadt het gebruik van drugs op langere termijn de
gezondheid.
Wanneer iemand de regels over overige drugs overtreedt, volgt een gesprek en/of schorsing.
Wanneer de overtreding tijdens een buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien
uitsluiting van die activiteit of van de eerstvolgende activiteit. Bij het gebruik van en het handelen
in illegale drugs schakelt de schoolleiding de politie in. Verdere bepalingen m.b.t. het opleggen
van een straf staan nader beschreven in het leerlingenstatuut (swp 1910, artikel 29 t/m 31 en swp
1995)
GOKKEN
Gokken om geld of goederen in welke vorm dan ook (kaartspelen, dobbelen, enzovoort) is
verboden in de school en op het schoolterrein. Gokken op bijeenkomsten die onder
verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd, zijn verboden. De directie kan een
uitzondering maken voor het organiseren van kansspelen, waarvan de opbrengst ten goede komt
aan een goed doel.
Wanneer iemand de regels over gokken overtreedt, volgt een gesprek. Afhankelijk van de ernst
van de overtreding en bij herhaling volgt schorsing. Wanneer de overtreding tijdens een
buitenschoolse activiteit plaatsvindt, volgt bovendien uitsluiting van de activiteit of van een
eerstvolgende activiteit. Verdere bepalingen m.b.t. het opleggen van een straf staan nader
beschreven in het leerlingenstatuut (swp 1910, artikel 29 t/m 31 en swp 1995)